Dwingend recht

Wat zijn de consequenties van het niet naleven van de Wet Franchise?

Juridisch
Franchisegevers

Het niet navolgen van de Wet Franchise kan grote consequenties met zich meebrengen voor uw organisatie. Er mag niet van de bepalingen die zijn opgenomen in de Wet Franchise worden afgeweken, tenzij dit in het voordeel van de franchisenemer is. Indien er wordt afgeweken van deze bepalingen kan er sprake zijn van vernietigbaarheid, dwaling, bedrog of acquisitiefraude.

Dwingend recht

Op artikel 7:920 BW van de Wet Franchise (goodwill & concurrentiebeding) is dwingend recht van toepassing. Dit houdt in dat als er artikelen in de franchiseovereenkomst worden opgenomen die in strijd zijn met de Wet Franchise, welke bezwarend nadelig zijn voor de franchisenemer, de overeenkomst geheel of gedeeltelijk nietig kan worden verklaard. Dit wordt ook wel vernietigbaar genoemd, maar wat is het precies?

Vernietigbaar: dit betekent dat een rechtshandeling ongedaan kan worden gemaakt. Oftewel, de handeling heeft na vernietiging achteraf nooit bestaan. Eventuele gedane betalingen vanuit de franchisenemer aan de franchisegever zullen in deze situatie bijvoorbeeld dan ook door franchisegever terugbetaald moeten worden.

Er mag niet afgeweken van de bepalingen in de Wet Franchise in het nadeel van de franchisenemer. Dit betekent dat er dus wel vanaf mag worden geweken als dit in het voordeel van de franchisenemer is.

Consequentie kan 3 jaar voortduren

De franchisenemer is de enige die zich op de vernietigbaarheid kan beroepen. Indien er sprake is van schending van artikel 7:920 BW, heeft de franchisenemer 3 jaar de tijd, na ondertekening van de franchiseovereenkomst, om deze geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Dit houdt in dat als een franchisenemer zich hier op beroept, alle prestaties door franchisegever en franchisenemer met terugwerkende kracht over de afgelopen 3 jaar ongedaan gemaakt moeten worden. De franchisenemer heeft echter wel de plicht om binnen een rechtvaardige periode de schending van de Wet Franchise kenbaar te maken bij de franchisegever. Als de franchisenemer dit niet doet, dan kan het zijn dat de franchisenemer wordt aangesproken op misbruik (artikel 3:13 BW).

Dus er is geen dwingend recht van toepassing voor de andere artikelen in de Wet Franchise?

In de wet wordt er gesproken over een rechtshandeling en een feitelijke handeling. Maar wat is het verschil hier tussen?

Rechtshandeling: Hierbij doe je een handeling om het recht in werking te stellen. Bijvoorbeeld het ondertekenen van de franchiseovereenkomst of het mondeling sluiten van een koopovereenkomst.

Feitelijke handeling: Bij een feitelijke handeling is het niet de insteek om het recht in werking te stellen, maar dit kan wel aan de orde zijn. Bijvoorbeeld als iemand een strafbaar feit pleegt. Ongeacht of de pleger dit wil, treedt een rechtsgevolg in: hij of zij wordt strafbaar en krijgt bijvoorbeeld een rechtszaak of boete.

De verplichtingen tot het verstrekken van bepaalde informatie tijdens de looptijd (artikelen 7:913 en 7:916) en bijvoorbeeld het verbod om tijdens de standstill-periode aan te zetten tot het doen van betalingen of investeringen (artikel 7:914, tweede lid, onderdeel c) betreffen veelal niet het aangaan van een rechtshandeling, maar wordt vaak gezien als een feitelijke handeling. Bij een feitelijke handeling die in strijd is met de Wet Franchise, zal er eerder sprake zijn van dwaling, bedrog of acquisitiefraude. Alhoewel dit juridisch gezien anders is, kunnen de praktische gevolgen net zo groot zijn: vernietiging van de overeenkomst met bijbehorende terugbetalingen en/of te betalen schadevergoedingen door de franchisegever.

Denk niet te licht over de Wet Franchise!

Zoals u heeft kunnen lezen kunnen er grote consequenties hangen aan het niet naleven van de Wet Franchise. Er is namelijk een kans dat u met terugwerkende kracht, met een maximum van 3 jaar, alle prestaties over en weer ongedaan moet maken.

Op bepaalde onderdelen, zoals goodwillvergoeding, non/concurrentie en instemmingsrecht, is er een overgangsperiode van 2 jaar voor uw huidige franchisenemers om met hen te onderhandelen over een nieuwe franchiseovereenkomst of aanvullende addenda. Deze overgangsperiode geldt echter niet voor de gehele Wet Franchise. U heeft effectief dan ook tot 1 januari 2021 de tijd om uw franchiseovereenkomst aan te passen aan de Wet Franchise voor nieuwe en bestaande franchisenemers. Vanaf 1 januari 2021 bent u verplicht om zich hiernaast ook te houden aan het verschaffen van de juiste precontractuele informatie (bijvoorbeeld door middel van een Precontractueel Informatie Document) en u moet de standstill-periode in acht houden. Hulp nodig of bespreken wat dit alles voor uw organisatie betekent? Wij helpen u graag met het doorvoeren van de benodigde aanpassingen binnen uw organisatie.